Zicht op Deventer vanaf de overkant van de IJssel, met de schipbrug en de Grote of Lebuïnuskerk. De schipbrug was van circa 1600 tot 1948 een schakel in het oost-westverkeer over de weg. De brug had tussen 1483 en 1578 verschillende vaste voorgangers, die door natuur- of oorlogsgeweld werden vernield, de laatste keer in 1578. Pas na 1600 durfde men het vanwege het aanhoudende oorlogsgevaar aan een nieuwe brug te slaan, en dat was de schipbrug. Deze bestond uit twee vaste landhoofden en een wegdek dat over een aantal schuitjes was gelegd met een uitvaarbaar gedeelte. Voor kleinere schepen was er een basculebrug in het vaste gedeelte aan de oostoever. De hoogte van het wegdek was binnen zekere grenzen aanpasbaar aan de waterstand in de IJssel, maar stremmingen vanwege hoogwater kwamen met enige regelmaat voor. Ook bij ijsgang moest de brug aan de kant gehaald worden. Omdat de voormalige Hanzestad Deventer inmiddels veel minder belangrijk was dan in de middeleeuwen had ze tot in de twintigste eeuw aan de schipbrug genoeg. Het op gang komen van het gemotoriseerde wegverkeer en het drukkere verkeer op de rivier met steeds grotere schepen was een reden om te pleiten voor een vaste brug. Bij onderzoek in 1927 bleek dat de brug overdag gemiddeld 3 uur en 25 minuten open was voor de scheepvaart. Het duurde echter nog tot 1939 voor met de bouw van een vaste brug werd begonnen, die in 1943 werd geopend. Nadat deze in de laatste weken van de oorlog door Duitse troepen werd opblazen moest de schipbrug noodgedwongen in ere worden hersteld. Ze heeft nog tot 1948 dienst gedaan, toen was de boogbrug herbouwd. Het beweegbare gedeelte van de schipbrug werd een dag na de feestelijke ingebruikname van de nieuwe Wilhelminabrug voor de laatste maal 'uitgedraaid', en nu definitief. De Grote of Lebuïnuskerk werd voorafgegaan door een romaanse kerk, waarvan nog delen aanwezig zijn. De huidige gotische hallenkerk kwam tussen 1450 en 1525 tot stand. In de Middeleeuwen was het een van de, 1
Zicht op Deventer vanaf de overkant van de IJssel, met de schipbrug en de Grote of Lebuïnuskerk. De schipbrug was van circa 1600 tot 1948 een schakel in het oost-westverkeer over de weg. De brug had tussen 1483 en 1578 verschillende vaste voorgangers, die door natuur- of oorlogsgeweld werden vernield, de laatste keer in 1578. Pas na 1600 durfde men het vanwege het aanhoudende oorlogsgevaar aan een nieuwe brug te slaan, en dat was de schipbrug. Deze bestond uit twee vaste landhoofden en een wegdek dat over een aantal schuitjes was gelegd met een uitvaarbaar gedeelte. Voor kleinere schepen was er een basculebrug in het vaste gedeelte aan de oostoever. De hoogte van het wegdek was binnen zekere grenzen aanpasbaar aan de waterstand in de IJssel, maar stremmingen vanwege hoogwater kwamen met enige regelmaat voor. Ook bij ijsgang moest de brug aan de kant gehaald worden. Omdat de voormalige Hanzestad Deventer inmiddels veel minder belangrijk was dan in de middeleeuwen had ze tot in de twintigste eeuw aan de schipbrug genoeg. Het op gang komen van het gemotoriseerde wegverkeer en het drukkere verkeer op de rivier met steeds grotere schepen was een reden om te pleiten voor een vaste brug. Bij onderzoek in 1927 bleek dat de brug overdag gemiddeld 3 uur en 25 minuten open was voor de scheepvaart. Het duurde echter nog tot 1939 voor met de bouw van een vaste brug werd begonnen, die in 1943 werd geopend. Nadat deze in de laatste weken van de oorlog door Duitse troepen werd opblazen moest de schipbrug noodgedwongen in ere worden hersteld. Ze heeft nog tot 1948 dienst gedaan, toen was de boogbrug herbouwd. Het beweegbare gedeelte van de schipbrug werd een dag na de feestelijke ingebruikname van de nieuwe Wilhelminabrug voor de laatste maal 'uitgedraaid', en nu definitief. De Grote of Lebuïnuskerk werd voorafgegaan door een romaanse kerk, waarvan nog delen aanwezig zijn. De huidige gotische hallenkerk kwam tussen 1450 en 1525 tot stand. In de Middeleeuwen was het een van de, 1 x
Informatie over afbeelding of scan x
Titel:
Gezicht op Deventer; No. 8226
Beschrijving:
Zicht op Deventer vanaf de overkant van de IJssel, met de schipbrug en de Grote of Lebuïnuskerk. De schipbrug was van circa 1600 tot 1948 een schakel in het oost-westverkeer over de weg. De brug had tussen 1483 en 1578 verschillende vaste voorgangers, die door natuur- of oorlogsgeweld werden vernield, de laatste keer in 1578. Pas na 1600 durfde men het vanwege het aanhoudende oorlogsgevaar aan een nieuwe brug te slaan, en dat was de schipbrug. Deze bestond uit twee vaste landhoofden en een wegdek dat over een aantal schuitjes was gelegd met een uitvaarbaar gedeelte. Voor kleinere schepen was er een basculebrug in het vaste gedeelte aan de oostoever. De hoogte van het wegdek was binnen zekere grenzen aanpasbaar aan de waterstand in de IJssel, maar stremmingen vanwege hoogwater kwamen met enige regelmaat voor. Ook bij ijsgang moest de brug aan de kant gehaald worden. Omdat de voormalige Hanzestad Deventer inmiddels veel minder belangrijk was dan in de middeleeuwen had ze tot in de twintigste eeuw aan de schipbrug genoeg. Het op gang komen van het gemotoriseerde wegverkeer en het drukkere verkeer op de rivier met steeds grotere schepen was een reden om te pleiten voor een vaste brug. Bij onderzoek in 1927 bleek dat de brug overdag gemiddeld 3 uur en 25 minuten open was voor de scheepvaart. Het duurde echter nog tot 1939 voor met de bouw van een vaste brug werd begonnen, die in 1943 werd geopend. Nadat deze in de laatste weken van de oorlog door Duitse troepen werd opblazen moest de schipbrug noodgedwongen in ere worden hersteld. Ze heeft nog tot 1948 dienst gedaan, toen was de boogbrug herbouwd. Het beweegbare gedeelte van de schipbrug werd een dag na de feestelijke ingebruikname van de nieuwe Wilhelminabrug voor de laatste maal 'uitgedraaid', en nu definitief.
De Grote of Lebuïnuskerk werd voorafgegaan door een romaanse kerk, waarvan nog delen aanwezig zijn. De huidige gotische hallenkerk kwam tussen 1450 en 1525 tot stand. In de Middeleeuwen was het een van de
Beschrijving vervolg:
voornaamste kerken binnen het bisdom Utrecht. Ze was rijk versierd met muurschilderingen en stond vol heiligenbeelden en altaren. Aan deze pracht en praal kwam een einde toen de calvinisten in 1580 de kerk in bezit namen en hem omdoopten tot Grote Kerk. Het interieur werd grondig vernield en tenslotte witgepleisterd. Tijdens de restauratie vanaf 1927 kwamen veel muurschilderingen weer te voorschijn. Afgezien van deze delen is de bepleistering toen weer verwijderd. De muurschilderingen en de afbeeldingen in de romaanse crypte en op de kruis-, ster-, en netgewelven werden in de jaren 2007-2010 gerestaureerd. In de kerk zijn nog op verschillende plaatsen de gevolgen van de calvinistische beeldenstorm zichtbaar. De kerk behoort tot de Top 100 der Nederlandse UNESCO-monumenten. De kerk is eigendom van de Protestantse Kerk, de toren in bezit van de gemeente Deventer. Oorspronkelijk had de kerk aan de westzijde een complex van torens. De centrale toren werd geflankeerd door vier kleinere. Na vier eeuwen werden ze in 1454 grotendeels gesloopt. De eerste steen voor de tegenwoordige toren legde men in de zomer van 1459. De kaart is afgestempeld in 1912.
Datering begin:
1907-00-00
Datering eind:
1912-00-00
Adres:
Deventer, [geen straatnaam] Welle en Pothoofd
Uitgever:
La Rivière en Voorhoeve; [Rivière en Voorhoeve, La]La Rivière en Voorhoeve
Formaat:
breedte 14 centimeters x hoogte 9 centimeters
Atlantisnummer:
PBKR6095
Uw bestand wordt voorbereid, een moment geduld alstublieft.