Terug naar het overzicht

Samengeraapte schatten

Bij veel instellingen vallen tekeningen en prenten ook onder het kaartbeheer (kaarten, prenten en tekeningen, technische tekeningen). Technische tekeningen hebben soms iets weg van een plattegrond, dat weer lijkt op een kaart en het heeft te maken met de drukprocedés; kaarten en prenten werden vroeger op dezelfde manier vervaardigd. Historisch Centrum Overijssel heeft een tweetal collecties prenten en tekeningen. Het voormalige Gemeentearchief Zwolle beheerde een zogeheten topografisch-historische atlas. Deze afdeling had als doel het veranderende stadsbeeld vast te leggen. Hiervoor werd een collectie met onder meer tekeningen en prenten aangelegd. Nu vormt deze collectie toegang 1680.

Zeventig jaar
Het beheer van prenten en tekeningen kan ingewikkeld zijn. Dit heeft met de auteursrechtenwetgeving te maken. Als de sterfdatum van een maker minder dan zeventig jaar geleden is, mag de prent niet zomaar gepubliceerd worden. Wanneer er niets bekend is over een maker of over een eigenaar van de rechten, wordt het stuk niet gepubliceerd. Bij prenten van voor de twintigste eeuw kan dit natuurlijk wel, maar bij twijfel neemt geen enkel archief risico. Op het overtreden van de auteursrechtenwet staan boetes. Soms staat er een naam op de prent, maar of dat ook de rechthebbende is, blijft de vraag. Meestal hebben we dan van doen met de drukker en dan geldt ook in dat geval: bij twijfel niet publiceren.

Soms is een kunstenaar de tijd ver vooruit en schenkt deze op voorhand de tekeningen aan het archief. Bij ons is dat ook gebeurd, bijvoorbeeld met de collectie Van Beest. In de jaren zeventig en tachtig van de vorig eeuw tekende Emil van Beest spotprenten voor de krant De Peperbus. Als archiefinstelling willen wij uiteraard wel dat iedereen kan zoeken in de collecties, zodat iedereen van het bestaan afweet. Zo kan het vóórkomen dat in een beeldcollectie een rij beschrijvingen te zien is zonder afbeelding. De bezoeker kan deze tekeningen echter wel aanvragen en bekijken op de studiezaal.

Oude zolder
Archieftoegang 1680 is een wat bizarre collectie. In de tijd van het Gemeentearchief werden prenten aangekocht, geschonken of zelfs gevonden en naar het archief gebracht. Een aantal prenten heeft geen onderlinge samenhang maar er staat bij vermeld ‘Afkomstig van de zolder van Grand Café ‘t Kostertje aan het Grote Kerkplein in Zwolle’. Kennelijk waren ze er aan het opruimen, verbouwen of slopen, en vonden ze oude prenten. Een korte Google-zoekactie levert geen informatie op over het café. De meeste prenten hebben niet zoveel met Overijssel te maken (maar zijn wel mooi) maar er zitten heel interessante tussen zoals de omlijste afbeelding van Hasselt.

Bewaren waard
Heeft het zin om dit allemaal te bewaren? Natuurlijk. Los van de prachtige plaatjes kunnen de afbeeldingen soms van essentieel belang zijn. Er is een trend gaande (en onze oosterburen zijn daar verder in dan Nederlandse steden) van reconstructiearchitectuur. Dat wil zeggen; nieuwbouw, maar niet zo saai en niet zo van het zelfde. Door teveel nieuwbouw verliezen historische binnensteden hun leefbaarheid en schoonheid (waardoor de toeristen en dagjesmensen weg zouden kunnen blijven). Bouwondernemingen zetten nieuwbouw neer waarbij de gevel wordt gereconstrueerd zodat het historische karakter van het pand en de straat behouden blijft. Dan is het handig wanneer er prenten van bewaard zijn gebleven. Zo wordt de architect dankzij de archiefinstelling een handje geholpen. Op studiezaal melden er zich af en toe architecten die informatie willen over oude gevels.

Een andere bijzondere tekening kan ook met gerust hart gepubliceerd worden. De heer W. Lindemann tekende deze gevel tussen 1880 en 1890. Het huis (Melkmarkt 14) heeft een halsgevel die er tussen 1670 en 1675 is opgezet. Toen de afbeelding tot stand kwam, was de gevel al oud. Het gebouw steekt sterk af tegen de panden ernaast. Waarschijnlijk wilde de maker het bijzondere ontwerp voor het nageslacht. Het is bemoedigend om te zien dat een gevel een beetje ongeschonden door de tijd is gekomen.

– Ester Smit, cluster Collectie