Terug naar het overzicht

Nieuw paradijs

In een van de laden in de kasten van het kaartendepot in Historisch Centrum Overijssel ligt deze kleurrijke kaart van de Noordoostpolder opgeborgen. ‘Weinig geschiedenis dus weinig over te melden’, zouden we denken. Niets is minder waar. De Noordoostpolder vormt qua landoppervlakte, met Urk als zelfstandige gemeente, een van de grootste gemeenten in Nederland. Jong land weliswaar, maar ook hier ligt de geschiedenis voor het oprapen.

Als we uitgaan van de Afsluitdijk, hebben we te maken met de eerste IJsselmeerpolder die droog werd gemalen, in 1941. De N.O.P. zoals de Noordoostpolder afgekort werd genoemd, heette gedurende de Tweede Wereldoorlog in de volksmond ook wel Nederlands Onderduikersparadijs. Men vermoedt dat er ongeveer twintigduizend mensen ondergedoken hebben gezeten. Eind november 1944, we zouden kunnen zeggen 75 jaar geleden, werden er bij een razzia 1800 pioniers en onderduikers afgevoerd. De landdrost van toen, dhr. Smeding heeft de helft weten te redden, met als argument dat ze moesten helpen bij de graanoogst.

Geplande fietsafstand
Na de oorlog in 1947 begon de landuitgifte en de inrichting van het nieuwe nog drassige land. Omdat Walcheren in oktober 1944 onder water was gezet door de geallieerden, en vanwege de Watersnoodramp van 1953, vonden in de N.O.P. vooral veel Zeeuwse boeren een nieuw bestaan. Over de inrichting is slim nagedacht. De woonkernen liggen volgens ontwerp van de geograaf Christaller in een ster om Emmeloord heen, op fietsafstand van elkaar. In 1944 sprak men onder andere van ‘Urkerland’, maar dat werd sinds 1948 Noordoostpolder, dat direct onder het Rijksbestuur viel. In 1962 werd het een gemeente en hoorde het bij Overijssel, om in 1986 samen met de andere Flevopolders de nieuwe provincie Flevoland te vormen.

Kleurrijke kaart Noordoostpolder, Historisch Centrum Overijssel

Geologische en archivistische context
Nu de kaart. De kaart is op 1 februari 1946 gepubliceerd. Waarschijnlijk om de kavels in beeld te brengen, bij de landuitgifte, een jaar later. De kaart is in 1957 ingekleurd. De kleurvlakken laten verschillend grondgebruik en de geologische bodemsoorten zien. In het westelijk deel van het poldertje, net iets onder de bovenste knik, staat vermeld ‘Onderduikerspad’ en ‘Onderduikerstocht’, om de oorlogsherinnering levend te houden.

Het is interessant dat dit stuk in Historisch Centrum Overijssel ligt. Aan de ene kant is het logisch, immers, toen de Noordoostpolder nog een gemeente was, hoorde de N.O.P. bij Overijssel. Aan de andere kant had de kaart evengoed overgedragen kunnen zijn aan het Flevolands archief, of aan de rechtsvoorgangers ervan. Hebben we hier van doen met een kaartbeheerdersdilemma?

Het klopt dat de kaart in het HCO ligt opgeborgen. Het nummer van de kaart verklaart veel. Er staat netjes een toegangsnummer, te weten toegang 0266.1 en een inventarisnummer, namelijk 2024. Toegang 0266.1 is het kaartenarchief van het voormalige Provinciaal Rijksarchief. Er staan geen oudere, vroegere of vorige nummers op de kaart dan alleen 2024. In oude inventarissen en lijsten van het Rijksarchief Overijssel wordt de kaart niet genoemd. Vermoedelijk is de kaart verworven of geschonken, en waarschijnlijk gebruikt in de tijd dat de N.O.P. bij Overijssel hoorde. Het is een mooie kaart, zeker wat betreft kleur, en toont doordat de paden erop staan de 75-jarige geschiedenis van de N.O.P., maar ook de geologische gesteldheid. Die geschiedenis gaat duizenden jaren terug.

– Ester Smit, team Collectie