Terug naar het overzicht

Keti Koti kaart

Jaarlijks herdenken wij op 1 juli het slavernijverleden. Erna wordt met het Keti Koti festival de afschaffing van slavernij gevierd. De discussies over dit onderwerp worden overal gevoerd. Soms lijken deze zwarte bladzijdes van onze geschiedenis onzichtbaar of afwezig, maar dat is zeker niet waar, zo bewijst ook deze kaart.

Op deze kaart staat een woord dat we niet meer graag gebruiken. Het gaat om een opstand van mensen, die gedwongen moesten werken op plantages in Zuid-Amerika. We kennen de gang van zaken uit die tijd. Mensen werden geroofd van hun huis en haard en op scheepstransport gesteld. Geketend, nauwelijks te eten en te drinken en onder slechte hygiënische omstandigheden werden ze in gevangenschap naar een vreemd land getransporteerd. Eenmaal de Atlantische Oceaan over en aangekomen werden ze, inmiddels tot slaaf gemaakt, verkocht op de markt. Daarna wachtte hen een droevig en dikwijls kort bestaan van zware arbeid en veel mishandelingen.

Keihard neergeslagen
Slavenhandel is iets waar we afstand van hebben gedaan. Slavernij was iets dat voorkwam in het verleden, een lang vervlogen tijd. Deze kaart bewijst dat, ondanks dat slavernij iets van die tijd was, toen ook ongewoon was. De tot slaaf gemaakten legden zich niet bij hun lot neer en wilden uit de miserabele toestand van onvrijheid en vernedering ontsnappen. Met grote regelmaat braken er opstanden uit, in de hoop dat zij hun vrijheid terug kregen. De opstanden werden ongenadig hard neergeslagen.

Deze kaart geeft een van de vele opstanden weer in de toenmalige kolonie Berbice, Zuid-Amerika. (Gesticht door een paar Zeeuwen in 1627, veroverd door de Engelsen in 1796, die het met andere Britse koloniën samenvoegden tot Brits-Guyana, dat in 1966 onafhankelijk werd). Wie zoekt op Google met ‘slavenopstand 1763’ komt erachter dat dit een heel belangrijke opstand is geweest. Onder leiding van Cuffy, Cosala, Accabre, Atta, Akara en Goussari werden de plantages in deze streek gedurende tien maanden bezet. De kleine 350 Europeanen sloegen op de vlucht. Plantages, huizen en suikermolens werden verbrand. Uiteindelijk is de opstand hard neergeslagen, waarbij 1800 vrijheidsstrijders de dood vonden (meer dan de helft van de tot slaaf gemaakte bevolkingsgroep). Pas honderd jaar later, in 1863 werd de slavernij afgeschaft.

Zwolle krijgt stukken toegestuurd
Wat doet deze kaart in Historisch Centrum Overijssel? In het jaar dat deze kaart vervaardigd werd (1763-1764) was de stad Zwolle lid van de Ridderschap en Steden van Overijssel. Overijssel mocht een afgevaardigde sturen naar het Centraal Bestuur, de Generaliteit die onder meer gevormd werd door de Staten Generaal, de Raad van State, de admiraliteiten van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) en de West-Indische Compagnie (WIC), en de kamers van de VOC. Omdat Zwolle een afvaardiging stuurde, ontving de stad als gevolg hiervan afschriften van stukken over kwesties die speelden. Dit waren stukken van algemene aard en dossiers met betrekking tot bijzondere onderwerpen, zoals een opstand in een kolonie.

De kaart is gedrukt en zit ingebonden in een archiefstuk, en hoort bij het oude Stadsarchief van Zwolle, toegang 0700, inventarisnummer 5355. Dit zijn de resoluties van de Staten Generaal die aan de stad werden toegezonden. De legenda beschrijft dat de kaart een verkleining is van het origineel (vandaar de twee jaartallen in de archiefinventaris). Dat laatste kan ons nu niet meer zoveel schelen. Het is een voorbeeld van de zichtbaarheid van ons koloniale verleden. Deze geschiedenis is overal in verweven.

– Ester Smit, cluster Collectie